Hoe heeft de beleggingsmarkt het gedaan

in 2015?

De financiële markten hebben een bewogen jaar achter de rug. Niet alleen zagen beleggers in 2015 relatief lage rendementen, maar ook een flink hogere beweeglijkheid. Begin 2015 waren de vooruitzichten voor aandelen wereldwijd en Europese staatsobligaties gunstig.  Doordat huishoudens in ontwikkelde markten hun schuldenniveaus terugbrachten, was sprake van een lage maar wel stabiele groei. Mede gesteund door het ruime beleid van centrale banken konden aandelenmarkten herstellen en bleven rentes laag. De grootste risico’s voor financiële markten waren op dat moment de dreigende deflatie en het mogelijk uitstappen van Griekenland uit de Eurozone.

Aan het eind van het eerste kwartaal lieten aandelen wereldwijd een rendement noteren van 4,9%. Hierbij was wel sprake van grote regionale verschillen. Waar Europese aandelenbeurzen profiteerden van het economisch herstel met rendementen van meer dan 15% was er in de VS sprake van een afvlakkende groei en hiermee een weinig beweeglijke aandelenmarkt met een rendement van ca. 0%. Ook Europese staatsobligatiemarkten hadden een prima kwartaal met een rendement van 4,3%.

In april werd de markt verrast door hoger dan verwachte Europese  inflatiecijfers. Als reactie hierop verkochten beleggers massaal staatsobligaties met als gevolg dat de rente, die in het eerste kwartaal fors gedaald was, opveerde. De rente op een 10-jaars Nederlandse staatslening bedroeg begin 2015 0,69%, bereikte op 20 april het laagste punt van 0,22% om vervolgens binnen twee maanden op te lopen naar 1,19%, het hoogste punt van het jaar. Hiermee waren aan het eind van het tweede kwartaal de koerswinsten op obligaties geheel uitgewist en bedroeg het rendement over de eerste zes maanden -1,3%. De snel stijgende rentes en het toenemende risico van een Grexit resulteerden in het tweede kwartaal  in een correctie op de Europese aandelenmarkten (-4,9%).

In de zomermaanden werd op het laatste moment een Grexit voorkomen en bleek ook dat het ruime monetaire beleid het gevaar van deflatie had afgewend. De stemming op de financiële markten werd nu bepaald door de zorgen over de minder dan verwachte groei. Beleggers vreesden dat de Chinese economie er een stuk slechter voorstond dan dat de Chinese beleidsmakers deden voorkomen. Ook het uitstellen van de renteverhoging door de Fed in september bevestigde deze vrees. In deze periode begon ook de olieprijs fors te dalen welke neersloeg op de positie van olie- exporterende landen. Risico’s in deze landen, met name opkomende markten, namen toe. Met name in de landen die in de voorafgaande jaren te weinig schulden hadden afgebouwd en hun zaken niet op orde hadden. Door de verslechterde positie daalde de waarde van hun valuta. Deze landen hebben veelal schulden in US dollars uitstaan en met een verzwakkende eigen munt wordt het terugbetalen een stuk duurder. 

Het effect van al deze ontwikkelingen was dat de aandelenmarkten in de tweede helft van het jaar verder afgleden.  Opkomende markten werden hard afgestraft (zowel aandelen als obligaties) met een rendement op aandelen van ca. -15%. Uiteindelijk eindigde het Global Equity Fund op een rendement van + 1,97%*. De verhoogde risicoperceptie in de markt werkte ook door in de waardering van bedrijfsobligaties. In combinatie met de staatsobligaties van opkomende markten was het uiteindelijke rendement van het Global Intrest Plus Fund voor het gehele jaar -/- 2,49%*.  Tenslotte betekende de opgelopen renteniveaus in Europa een negatief rendement voor de langlopende staatsobligaties in het Global Intrest Fund. Uiteindelijk betekende dit een negatief rendement van -/- 7,7%* over 2015.

*De startdatum van de fondsen bedroeg 1 februari 2015.